Holding hands

Die ander, dat ben jij

Ik waande me even in een film. Er was een briefje op onze mat gevallen. Een handgeschreven briefje. We waren gewaarschuwd. We houden jullie in de gaten. Als we niet snel iets aan onze tuin zouden doen, zouden ze de nodige instanties op ons afsturen. Kinderen moeten immers buiten kunnen spelen. Ik las het nog eens. En nog eens. Ging dat over ons? Ik vatte het niet. De scène zou vast zo afgelopen zijn. Dan zou ik het briefje naast me neerleggen en gewoon weer verder gaan met mijn echte leven. Maar dat gebeurde niet. Het briefje bleef. En mijn ongeloof ook.

We zijn inmiddels bijna een jaar en vele fijne speeluren van onze kinderen in onze fijne achtertuin verder. Instanties hebben we niet gezien. Er is immers ook helemaal niks aan de hand. Behalve dan dat er iemand bij ons in de buurt er kennelijk duidelijk anders over denkt. En het nodig vond om ons dat te laten weten. Dat is me blijven fascineren: waarom wilde diegene ons dit zo graag laten weten? En vooral ook: waarom anoniem? Schijnbaar dan toch, want als we er echt onderzoek naar zouden doen, zouden we er aan de hand van de kenmerken van de brief, zoals het handschrift, de gebruikte woorden en het gebruikte papier vast wel achter komen wie de schrijver of schrijfster is.

Gewoonweg vanwege de inhoud van het briefje is het namelijk al duidelijk dat de schrijver of schrijfster heel dicht bij ons in de buurt woont en ons huis en onze tuin moet kunnen zien. Tel daar het feit bij op dat het een handgeschreven briefje is in een ouderwets handschrift en dat het vol met spelfouten zit. Dat maakt dat de schrijver of schrijfster niet zo anoniem is als hij of zij wel denkt. Maar de schrijver of schrijfster voelde zich duidelijk anoniem genoeg door het briefje niet van enige naam te voorzien en op de post te doen i.p.v. bij ons in de bus te gooien. Die schijnbare anonimiteit zorgde kennelijk toch voor een veilig gevoel.

Een veilig gevoel is op zich natuurlijk niks mis mee. Dat willen we van nature allemaal. En dat zo’n gevoel van veiligheid ervoor zorgt dat je je mening durft te geven, dat snap ik ook nog wel. Maar wat ik dan vervolgens niet snap (of niet wil snappen, om heel eerlijk te zijn): waarom hebben we dan zo vaak ineens zo sterk de neiging om zo negatief te zijn naar de ander toe? Werp maar eens een blik op social media. Geef ons een beetje het gevoel van anonimiteit en bijbehorende (schijn)veiligheid en we geven massaal onze mening. Daar is op zich niks mis mee, als we ons daarbij niet boven de ander zouden plaatsen. Maar dat doen we dus duidelijk wel. Massaal.

Waar komt die behoefte dan toch vandaan om jezelf boven een ander te willen plaatsen? Mijn eerste ingeving is: overlevingsinstinct. Het feit dat je jezelf boven de ander plaatst, maakt dat je je superieur en dus sterker voelt. En het feit dat je je sterker voelt, maakt dat je voor je gevoel meer kans hebt om de ander te ‘verslaan’. Maar dan vraag ik me gelijk af: waarom zou je iemand willen ‘verslaan’ die jou niet rechtstreeks bedreigt in jouw bestaan? Waarom zou je iemand die je niet of nauwelijks kent (schijnbaar) anoniem willen ‘verslaan’ met jouw mening, jouw gedachtengoed?

Diegene wil gehoord worden, denk ik dan. Gezien worden. Het lijkt een schreeuw om aandacht. Volgens de zelfbeschikkings- of zelfdeterminatietheorie van Edward L. Deci en Richard M. Ryan (gebaseerd op 30 jaar onderzoek) heeft de mens namelijk drie aangeboren, natuurlijke psychologische basisbehoeften (naast zijn fysiologische behoeften) en dat zijn:

  • Competentie
  • Relationele of sociale verbondenheid
  • Autonomie

Bij de behoefte aan competentie gaat het erom, dat je het gevoel hebt invloed te kunnen uitoefenen op je omgeving en dat je daarvoor ook de benodigde capaciteiten hebt, die je ook in kunt zetten.

Bij de behoefte aan verbinding gaat het om het hebben van positieve relaties met anderen, waarin jij de ander waardeert en accepteert en de ander jou het gevoel geeft je te accepteren en te waarderen.

En tot slot gaat het bij de behoefte aan autonomie erom, dat je het gevoel hebt dat jij zelf keuzes kunt maken en dat je op basis daarvan ook zoveel mogelijk zelfstandig kunt handelen.

Wanneer aan deze behoeftes wordt voldaan, dan is er sprake van een ‘hoger welbevinden’ en kiezen mensen eerder voor intrinsieke doelen (positieve doelen die voortkomen uit eigen interesses). Wordt er echter niet aan één of meerdere van deze behoeftes voldaan, dan is er sprake van een ‘lager welbevinden’ en is de kans groter dat er extrinsieke doelen (buiten jezelf) worden gekozen op basis van negatieve ervaringen.

Kijk maar naar jezelf: zit je lekker in je vel, dan ben je eerder geneigd positief te denken en dingen te ondernemen die je leuk vindt. Wat de anderen daarvan denken, maakt je dan vaak niet zoveel uit. Zit je echter niet lekker in je vel, dan beland je al gauw in een negatieve gedachtenspiraal en handel je ook daarnaar. Hoe langer je in zo’n negatieve spiraal zit, hoe sterker je geneigd zult zijn je ook negatief naar anderen toe op te stellen. Tel daar de alomtegenwoordigheid van social media bij op, die je een (schijn)veilig gevoel geven en voordat je het weet, zijn jouw (negatieve) meningen overal op internet te vinden. Dat je door die alomtegenwoordigheid van social media heel makkelijk heel veel anderen in jouw (negatieve) spiraal mee kan trekken, daar ben je je vaak niet van bewust. Jij hebt het immers in eerste instantie geschreven vanuit jouw gevoel, vanuit jouw behoefte om gehoord en gezien te worden. Vanuit jouw behoefte om competent te zijn, de verbinding aan te gaan of autonoom te handelen.

Nu kunnen bovengenoemde behoeftes heel goed verklaren waarom wij zoveel waarde hechten aan onze vrijheid van meningsuiting en daar ook graag gebruik van maken, met name via social media. Maar onderliggende vraag blijft: waarom richten we ons zo vaak zo negatief op iemand die we niet of nauwelijks kennen en die dan ook niet of nauwelijks de oorzaak kan zijn van het feit dat wij ons niet competent, verbonden of autonoom voelen? Dit heeft in eerste instantie waarschijnlijk te maken met het feit dat we ons vaak niet bewust zijn van onze gedachtegang en bijbehorend gedrag. We weten vaak niet waarom we doen wat we doen. Wie denkt er nou tijdens het uitschelden van die onbekende op internet: oh, dit doe ik vast, omdat mijn moeder me vandaag voor de zoveelste keer weer eens voor stomme trut heeft uitgemaakt, waardoor ik me niet verbonden en competent voel?

Toch zou het mij niet verbazen als we één van de oorzaken van die massale negativiteit op social media (en daarmee in de samenleving) in die hoek moeten zoeken. En dan doel ik met name op het gevoel dat jou gegeven wordt door de mensen in je directe omgeving. Wie anders kan namelijk jouw gevoel van competentie, verbondenheid en autonomie zo ondermijnen? En wie anders kan jou daar zo diep mee raken? Dat zijn toch vaak de mensen die het dichtst bij je staan. Of het dichtst bij je horen te staan. Want dat doen ze dan namelijk vaak niet (meer). Ze geven jou niet die emotionele steun waar je zo naar verlangt. Ze geven jou niet die knuffel die je zo vaak zo hard nodig hebt. Ze spreken je tegen. Ze luisteren niet naar je. Ze werken alleen maar. Hebben geen tijd voor jou. Ze zien jou niet staan. Zeker als dit je ouders betreffen, komt dit hard aan. Je ouders hebben je immers op de wereld gezet. Jij hebt je leven van je ouders ‘gekregen’.

Volgens de hoogleraar psychiatrie dr. Ivan Boszormenyi-Nagy ontstaat er daarmee een niet gekozen loyaliteit naar je ouders toe, die omwille van de verwantschap onverbrekelijk is. Dat noem je met een mooi woord je ‘zijns-loyaliteit’.  Door jou het leven te schenken, hebben je ouders je ook het ‘natuurlijke recht’ op verzorging en ondersteuning gegeven. Je bent namelijk, zeker in beginsel, hulpeloos. Zij verzorgen en ondersteunen jou, jij geeft ze er vertrouwen voor terug. Althans, zo hoort het te zijn. Als je ouders, om welke reden dan ook, niet goed in staat zijn om jou te verzorgen en te ondersteunen, kan er een gevoel van wantrouwen en onrecht ontstaan naar je ouders toe. Zij geven jou immers niet, waar jij voor je gevoel ‘natuurlijk’ recht op hebt. Maar het zijn en blijven wel je ouders. Die bloedband is er, of je nu wilt of niet. Als zij er niet waren geweest, was jij er ook niet geweest. Je hebt je leven aan hun te danken. Hoezeer ze jou en jouw gevoelens van competentie, verbondenheid en autonomie ook ondermijnen, door die ‘zijns-loyaliteit’ zul je vaak het gevoel hebben ‘het zijn en blijven toch mijn ouders’. Alleen al vanwege die loyaliteit en dat gevoel, zul je niet snel geneigd zijn je ouders te laten ‘boeten’ voor het onrecht dat ze je aangedaan hebben. Veel mensen durven het zelfs vaak niet eens te bespreken met hun ouders. Terwijl je toch dat gevoel van onrecht hebt. Je voelt je dus slachtoffer in een relatie waarin mensen gevoelsmatig boven je staan. Vanwege de aard van de relatie (het zijn immers je ouders), valt daar ook helemaal niks aan te doen. Het gevoel van onrecht blijft echter. Dat zoekt dan ook vaak een andere uitweg. Hoe groter het onrecht gevoelsmatig is, hoe groter de kans dat zich dit vertaalt in destructief gedrag naar jezelf en/of naar derden toe. Het ‘natuurlijk recht’, waar je voor je gevoel recht op had, verandert daarmee in ‘destructief recht’, waarvan je niet alleen zelf, maar vaak ook onschuldige derden het slachtoffer worden.

Een dergelijk loyaliteitsconflict zou voor veel mensen een reden kunnen zijn om (waarschijnlijk niet bewust) negatief in het leven te staan en die negativiteit ook op mensen richten die ze niet of nauwelijks kennen. Daar hebben ze immers geen nauwe banden mee, laat staan een onverbrekelijke. Je op een onbekend iemand afreageren is dan relatief makkelijk. Te makkelijk misschien wel. Nu hoeft er overigens niet per se een loyaliteitsconflict met je ouders aan je negatieve houding ten grondslag te liggen, je kunt namelijk een dergelijk conflict met iedereen hebben met wie je een band voelt. Dit kan ook een groep mensen zijn of zelfs een organisatie. Maar het is wel zo: hoe nauwer, langer of onverbrekelijker de band, hoe groter het gevoel van onrecht zal zijn als jou iets wordt aangedaan door die persoon, groep of organisatie en hoe groter de kans dat je op de één of andere manier uiting wilt geven aan dat nare gevoel.

Nu hoeft dat uiten op zich geen probleem te zijn. Sterker nog, het is mijns inziens zelfs belangrijk om dat te doen. Het is alleen de manier waarop. Zeker als je je bewust bent van het gevoel en de oorzaak, zijn er genoeg manieren om op een acceptabele manier alles (of in ieder geval toch veel) te verwerken. Maar daar hebben we, denk ik, twee problemen te pakken: mensen zijn er zich vaak niet (of niet voldoende) van bewust en over een acceptabele en ‘effectieve’ manier van uiten kun je de nodige discussies voeren. En alhoewel veel mensen het doen, denk ik dat veel mensen het toch ook wel met me eens zijn als ik zeg dat social media meestal niet de meest geschikte plek is om uiting te geven aan die gevoelens. Schrijven vind ik persoonlijk een prima methode, zowel om je je van je gevoelens bewust te worden als ook om ze te verwerken. Maar dan wel voor jezelf, zonder dat iemand anders je ware negatieve gevoelens kan lezen. Zo kwets je verder helemaal niemand en kun jij ze toch verwerken.

Alhoewel ik dus zelf graag (reflectief) schrijf en ik ook echt denk dat het helpt, denk ik dat er uiteindelijk maar één manier kan zijn om echt met negatieve gevoelens en alle daaruit voortvloeiende problemen in onze samenleving om te gaan. En dat is: het onszelf oprecht openstellen naar elkaar toe en er echt voor elkaar zijn. Want het is dat, dat we verleerd te lijken zijn. Stop met vluchten in je werk en al die andere activiteiten die veel belangrijker lijken, maar zoek de ander op. Concreet? Maak tijd, geen excuus. Ontmoet. Niet anoniem, niet vanachter je scherm, maar persoonlijk, face-to-face. Kijk elkaar aan. Raak elkaar aan. En vooral ook: doe niet alsof jij zoveel beter bent. Luister gewoon, zonder te oordelen.

Moeilijk, denk je? Ga dan eens van jezelf uit. Jij wilt toch ook, dat de ander naar jouw verhaal luistert en moeite doet om jou te begrijpen? Dat die ander jou ondersteunt als je het even moeilijk hebt in plaats van dat die ander je gelijk veroordeelt? Bij die ander is dat niet anders. En jij, jij had net zo goed die ander kunnen zijn. Ook jij hebt namelijk een verhaal. Ook jij hebt gevoelens. En donkere kanten. Ook jij verliest de controle weleens. En ook jij raakt de weg weleens kwijt. Jij weet het ook weleens even helemaal niet meer. En ook jij wordt beïnvloed door je omgeving. Ook jij hoort graag bij de groep. Ook jij doet dingen die je van jezelf niet snapt. Dus waarom die ander niet? Als je vanuit dat gevoel, vanuit die gedachte, de ander benadert, dan vallen oordelen weg. Dan kun je open staan. En oprecht zijn. Jij staat namelijk niet boven die ander. Jij bent die ander.

 

Bronnen:

  • selfdeterminationtheory.org
  • de-raet.be
  • Balans in beweging – Ivan Boszormenyi-Nagy en zijn visie (A. van Heusden & E. van den Eerenbeemt)

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s