Notebook

Even niet(s)

Er zijn van die dagen dat het van mij even niet meer hoeft. Even niet meer rennen, even niet meer vliegen, even niet meer praten. Alleen maar even zitten. Ademhalen. En kijken. Vanaf de tribune. Naar mij. Mijn leven. Mijn prachtige puinhoop. Een toegewijde man en twee hele lieve en mooie kindjes. Een ruim huis, een ruime tuin. Een rustige buurt, een rustig dorp.

Klinkt goed, niet? Toch knaagt er iets. Iets vreet me op. Maar wat? Ik voel het, ik merk het, maar ik kan er niet bij. Ik word er moe van. Letterlijk. En figuurlijk. Wat moet ik hier toch mee? Ik kan een heleboel dingen opsommen die me niet lekker zitten. Zoals de tuin die er echt niet uitziet. Of de stopcontacten die nog altijd niet overal ophangen. De muren in de gang die nog altijd niet de juiste kleur hebben. De keuken die te oud is voor woorden. En dan heb ik het nog niet eens over de lelijke badkamer waar de loeihete buizen nog gewoon over de muur lopen en de afvoer van de wastafel met een paar loszittende buizen naar de afvoer van de douche wordt geleid. Ja, echt. Prutswerk eerste klas van de vorige bewoners.

En zo kan ik nog wel even doorgaan. En niet alleen over het huis. Ik heb geen werk. Ik ben chronisch ziek. Mijn man is ronduit eigenwijs. En kent geen rust. Een heleboel dingen waar ik in de meeste gevallen best concreet iets aan zou kunnen doen. Zeker voor wat betreft het huis. Maar is dat het? Zou dat helpen?  Uiteraard. Een beetje. Voor even. Voor even zou ik met een glimlach op de bank kunnen zitten. Om nog geen vijf minuten later me te bedenken dat ik eigenlijk wel een ander dressoir zou willen. En een grotere eettafel. Mooiere lampen. Meer opbergruimte. Daar gaan we weer. Kan ik nog geen vijf minuten genieten? Vijf minuten even niet denken? Vijf minuten maar. Vijf luttele minuten. Het lukt me niet. Ik ben gewoon niet tevreden te krijgen. En dat terwijl ik het zo goed heb.

Wie niet tevreden is met wat hij heeft, zal nooit tevreden zijn met wat hij krijgt.

Een mooie uitspraak van Sartre. Wat hij er helaas niet bij vertelt, is hoe je dan wel tevreden kunt zijn met wat je hebt. Ik verlang namelijk altijd weer opnieuw naar iets beters, iets mooiers, iets meer. Zit dat ook niet van nature in de mens? Op zich is daar niks mis mee. Wat ik alleen zo vreemd vind, is dat ik dan toch altijd blijf denken, dat er wel een bepaald punt zal zijn waarop ik dan toch eindelijk tevreden zal zijn. Met daarbij ook nog eens de hoop dat dat dan nooit meer zal veranderen. Ik houd mezelf dus continu voor de gek. Hoe kan dat toch? Hoe kunnen die twee gedachten nog steeds in mijn hoofd rond blijven zweven, terwijl datzelfde hoofd iedere keer weer opnieuw naar meer verlangt en heel goed weet dat je tijdens het leven nooit een punt zal bereiken waarop er niets meer zal veranderen? Dat snapt datzelfde hoofd dus ook niet. Het enige wat ik me kan bedenken, is dat het verlangen en de gedachten wel naast elkaar wonen in mijn hoofd en elkaar ook wel kennen van een afstandje, maar elkaar nog niet hebben ontmoet. Omdat ik simpelweg nog niet weet hoe. Kan het überhaupt wel? Kun je je gedachten zodanig aan een verlangen koppelen dat het verlangen tevreden is en voorgoed verdwijnt? Voor even duidelijk wel. Maar voorgoed? En zou je dat eigenlijk wel moeten willen?

Ik zou willen dat ik het wist.

Wat ik wel weet, is dat het mij helpt om af en toe even op de tribune te gaan zitten. En ook echt alleen maar even te zitten. Adem te halen. En te kijken. Even afstand nemen. Even niet gestoord worden. Even alleen maar denken ‘adem in’, ‘adem uit’. Verder. Even. Niets.

Picture: dreamstime.com © Parinyabinsuk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s